Show/Hide Toolbars

WinRAR 6.02nl

Navigatie: Archieftypes en parameters

Archieven beschermen tegen beschadiging

Bladeren Vorige Top Volgende Meer

De RAR-archiefindeling biedt een speciaal stukje software dat een herstelbestand genoemd wordt. Aanwezigheid van een herstelrecord maakt een archief groter, maar maakt het wel mogelijk om deze te herstellen zelfs in het gevoel van fysieke schade te wijten aan schijffalen of gegevensverlies op een andere manier, waarbij gesteld wordt dat de schade niet te ernstig is. Zulk schadeherstel kan worden uitgevoerd met de opdracht Archief herstellen.

De ZIP-indeling biedt geen herstelbestand.

In de WinRAR-omgeving kunt u de optie "Herstelbestand invoegen" inschakelen in het dialoogvenster Archiefnaam en -parameters om een herstelbestand aan een archief toe te voegen. Een andere manier is om de optie "Herstelbestand invoegen" in het standaard inpakprofiel in te schakelen. In dit geval zal na iedere wijziging in een archief een nieuw herstelbestand worden gemaakt.

Als u een herstelrecord in opdrachtregelstand wilt toevoegen, lees dan de beschrijving van de opdracht rr[N] en de schakeloptie -rr[N], welke voor dit doel gebruikt kunnen worden.

RAR 5.0-herstelrecords gebruiken Reed-Solomon-foutcorrectiecodes. Het vermogen om aaneengesloten schadeplekken te herstellen is vergelijkbaar met die voor RAR 4.x, waarbij het mogelijk is om een licht kleinere hoeveelheid gegevens te herstellen ten opzichte van de grootte van het herstelrecord, maar deze is wel beduidend efficiënter dan het RAR 4.x-record in het geval van meerdere beschadigde gebieden.

Het RAR 4.x-herstelrecord bevat 512-byte sectoren en kan niet meer dan 524 288 sectoren bevatten. Hierdoor is de bruikbare grootte en het vermogen om gegevens te herstellen beperkt tot 256 MB. In het geval van de RAR 5.0-indeling kan het herstelrecord zo groot zijn als het archief zelf.

U kunt de grootte van het herstelrecord opgeven bij de uitgebreide opties van het dialoogvenster "Archiefnaam en -parameters" als een percentage van de grootte van het archief. Ook kan deze ingesteld worden bij de opdracht Archief beschermen. Grotere herstelrecords maken het mogelijk om een groter beschadigd gebied te herstellen, maar hierdoor neemt de archiefgrootte wel toe en wordt deze tevens langzamer verwerkt. Een redelijke grootte is 3 tot 10% van de archiefgrootte. Door de overhead door dienstgegevens zal de uiteindelijke grootte van het herstelrecord slechts bij benadering de door de gebruiker opgegeven percentage zijn en kan het verschil groter zijn bij kleinere archieven.

Om een ongeldig archief te herstellen met daarin een herstelrecord aanwezig, gebruikt u de WinRAR-shellopdracht "Herstellen". Op de opdrachtregel gebruikt u de opdracht "r". Een hersteld archief zal de naam fixed.archiefnaam.rar krijgen, waarbij "archiefnaam" de naam is van het oorspronkelijke (beschadigde) archief. Als het ongeldige archief geen herstelrecord bevat of als het archief niet volledig hersteld is door te grote schade, dan wordt een tweede fase uitgevoerd. Tijdens deze fase wordt enkel de archiefstructuur herstel en is het onmogelijk om bestanden te herstellen die niet voldoen aan de validatie met het controlegetal, maar hiermee is het wel mogelijk om onbeschadigde bestanden te herstellen die niet toegankelijk waren door een ongeldige archiefstructuur. Dit is vooral nuttig bij niet-compacte archieven. Deze fase wordt niet uitgevoerd bij archieven met versleutelde namen, welke alleen kunnen worden hersteld als er een herstelrecord aanwezig is.

Wanneer de tweede fase voltooid is, dan zal het opgebouwde archief worden opgeslagen onder de naam rebuilt.archiefnaam.rar, waarbij 'archiefnaam' de oorspronkelijke archiefnaam is.

Het RAR 5.0-herstelrecord is beter bestand tegen beschadiging van het herstelrecord zelf en kan een gedeeltelijk ongeldig herstelrecord gebruiken. Merk wel op dat de opdracht "Herstellen" niet de ongeldige blokken in het herstelrecord herstelt, slechts de bestandsgegevens zelf worden hersteld. Na een succesvolle herstelpoging zult u mogelijk een nieuw herstelrecord aan moeten maken voor de opgeslagen bestanden.

Beide 4.x- en 5.0-records zijn het meest efficiënt als de gegevensposities in het beschadigd archief niet opgeschoven zijn. Als u een archief kopieert van een beschadigd medium met behulp van bepaalde specialistische software en u hebt de keuze om beschadigde gebieden op te vullen met 0-tekens of om deze uit het gekopieerde bestand te knippen, dan heeft de optie om te vullen met 0-tekens (of andere tekens) de voorkeur, omdat hiermee de oorspronkelijke gegevensposities bewaard blijven. Toch zullen, ondanks dat dit geen optimale methode is, beide recordversies proberen om gegevens te herstellen in het geval van geknipte of toegevoegde delen van redelijke grootte, kortom wanneer gegevensposities zijn opgeschoven. Het RAR 5.0-herstelrecord gaat beter om met geknipte of toegevoegde delen dan RAR 4.x.

Gemaakt met Help & Manual 7 en opgemaakt met Premium Pack Versie 3 © door EC Software