Versie 5.00

  1. Nieuwe RAR 5.0-archiefindeling. U kunt de optie "RAR 5.0" in het inpakvenster of de schakeloptie -ma op de opdrachtregel gebruiken om RAR 5.0-archieven te maken.

    Oudere software, waaronder oudere WinRAR-versies, zijn niet in staat om RAR 5.0-archieven uit te pakken, dus als u van plan bent om een archief te sturen naar andere mensen, dan kan het nodig zijn om even stil te staan bij dit compatibiliteitspunt. U kunt er voor kiezen om de optie "RAR" in plaats van "RAR5" te gebruiken in het inpakvenster om RAR 4.x-archieven te maken, die compatibel zijn met eerdere WinRAR-versies.

  2. Het RAR 5.0-herstelrecord is gebaseerd op de foutcorrectiescodes van Reed-Solomon. Als de grootte van het herstelrecord groot genoeg is, dat is 5% of meer, dan biedt het nieuwe foutcorrectieschema veel hogere weerbestand tegen meerdere schadeplekken in vergelijken met het RAR 4.x-herstelrecord. Kleinere records, zoals 1 tot 2 procent of een minder willekeurige soort schade zullen minder verschil maken tussen 4.x en 5.0. Bij een enkele aaneengesloten schadeplek zal de doeltreffendheid bij 4.x en 5.0 ongeveer gelijk zijn.

    Naast de gebruikelijke gewiste gegevens biedt het nieuwe herstelrecord de mogelijkheid om verdwenen of toegevoegde gegevens van aanzienlijk uitgebreide grootte in vergelijking met eerdere RAR-versies. De maximumgrootte voor toegevoegde gegevens is enkele megabytes. De maximumgrootte voor verdwenen gegevens hangt af van het soort schade en kan in sommige gevallen net zo groot zijn als de grootte van het herstelrecord.

    Maar nog altijd worden de beste prestaties en doeltreffendheid behaald als er geen gegevens verdwenen of toegevoegd zijn, dus als alle gegevens (inclusief beschadigde sectoren) op hun oorspronkelijke plekken staan. Dat houdt in dat als u speciale software gebruikt om een archief kopiëren vanaf een beschadigd medium, het dan beter is om de optie te gebruiken waarbij beschadigde sectoren worden opgevuld met nullen of andere gegevens in plaats van het volledig wegsnijden van deze gegevens uit het uiteindelijke bestand.

    Het RAR 5.0-herstelrecord is beter bestendig tegen beschadiging van het herstelrecord zelf en kan gedeeltelijk ongeldige herstelrecordgegevens gebruiken. Merk wel op dat de opdracht "Herstellen" geen defecte blokken in het herstelrecord herstelt: alleen bestandsgegevens worden hersteld. Nadat een archief succesvol is hersteld, dient u mogelijk een nieuw herstelrecord aan te maken voor de opgeslagen bestanden.

    Het nieuwe herstelrecord is niet meer gebaseerd op sectoren met een grootte van 512 bytes en bevat gecompliceerdere gegevensstructuren. Het is dus onmogelijk om de grootte ervan in sectoren op te geven. Bij RAR 5.0-archieven wordt de parameter van de schakeloptie -rr[N] en de opdracht rr[N] altijd opgevat als een percentage van de archiefgrootte, onafhankelijk of het procentteken wel of niet wordt meegegeven. Gebruikelijk is dat een herstelrecord met een grootte van N% tot aan N% aan aaneengesloten beschadigde gegevens kan herstellen en dat de archiefgrootte slechts met iets meer dan N% toeneemt. De mogelijkheid om meerdere schadeplekken te herstellen is proportioneel aan N.

    We hebben de paper "Screaming Fast Galois Field Arithmetic Using Intel SIMD Instructions" van James S. Plank, Kevin M. Greenan en Ethan L. Miller gebruikt om de prestaties van de Reed-Solomon-codering te verhogen. Daarnaast zijn we Artem Drobanov en Bulat Ziganshin dankbaar voor voorbeelden en ideeën die het mogelijk hebben gemaakt om de Reed-Solomon-codering efficiënter te maken.

  3. De opdracht "Testen" controleert de geldigheid van het RAR 5.0-herstelrecord. Het herstelrecord wordt getest nadat alle ingepakte bestanden zijn verwerkt.

    Indien een ongeldig archief een herstelrecord bevat, dan is het eventueel mogelijk om deze te herstellen, zelfs als de geldigheidstest van het herstelrecord mislukt is. De opdracht "Herstellen" probeert om zelfs een gedeeltelijk beschadigd herstelrecord te gebruiken. Gebruik dus de negatieve testresultaten van het herstelrecord als een reden om het archief opnieuw te maken als u de beschikking hebt over de oorspronkelijke bestanden, maar niet als een reden om de opdracht "Herstellen" niet te gebruiken.

  4. RAR 5.0-archieven maken het mogelijk om BLAKE2sp-hash te gebruiken met een lengte van 256-bits (https://blake2.net) in plaats van een CRC32 van 32-bits groot als controlegetal voor bestanden. Schakel de optie "BLAKE2-controlegetallen voor bestanden gebruiken" op het tabblad "Opties" van het inpakvenster of geef de schakeloptie -htb op in opdrachtregelstand om BLAKE2-controlegetallen te gebruiken.

    Hoewel een licht groter archief hiermee gemaakt wordt, kan BLAKE2 worden gebruikt voor identificatie van de inhoud van bestanden. Als twee bestanden dezelfde BLAKE2-waarde hebben, dan kan het praktisch gegarandeerd worden dat hun inhoud gelijk is. Het foutherkenningskenmerk van BLAKE2 is daarnaast veel sterker dan in het veel kortere CRC32.

  5. De opdracht "Wachtwoord instellen" en de optie "Woordenboekgrootte" zijn verplaatst naar het tabblad "Algemeen" van het inpakvenster.
     

  6. Ondersteuning toegevoegd voor alleen het uitpakken van de XZ-archiefindeling.
     

  7. De maximumlengte van paden voor bestanden in RAR- en ZIP-archieven is verhoogd naar 2 048 tekens.
     

  8. De opdrachten 'v' en 'l' geven de ingepakte bestandsnamen aan het eind van de regel weer, niet zoals voorheen vooraan. Ook worden sommige velden die eerder voorkwamen in de uitvoer van 'l' en 'v' nu alleen weergegeven met 'lt' en 'vt'.

    De opdrachten 'vt' en 'lt' bieden uitgebreide informatie op meerdere regels voor elk ingepakt bestand.

    'vta' en 'lta' bevatten nu ook dienstspecifieke koppen in de lijst.

  9. De interne WinRAR-viewer kan bestanden in de UTF-8 en UTF-16-little-endiancoderingen herkennen en weergeven.
     

  10.  De opdrachtregelopdracht 'r' (herstellen) bevat voortaan een optionele parameter doelpad waarmee de doelmap voor een hersteld archief kan worden opgegeven:
    rar r archief.rar doelpad

  1. Wijzigingen in het RAR 5.0-compressie-algoritme:

    a) maximumgrootte voor het compressiewoordenboek is verhoogd naar 1 GB in de 64-bits versie van WinRAR. De 32-bits versie van WinRAR kan een woordenboek van 256 MB aan bij het maken van een archief. Zowel de 32- als de 64-bits versie kunnen archieven uitpakken met alle woordenboekgrootten, waaronder die van 1 GB;

    b) de standaardgrootte voor het woordenboek voor RAR 5.0 is 32 MB, wat gebruikelijk neerkomt op een hogere compressieverhouding en lagere snelheid dan de 4 MB in RAR 4.x. U kunt de optie "Woordenboekgrootte" in het inpakvenster of de schakeloptie -md gebruiken om deze waarde te wijzigen;

    c) de syntax van de schakeloptie -md is gewijzigd om de grotere woordenboekgrootten te ondersteunen. Voeg de achtervoegsels 'k', 'm' of 'g' toe om de grootte op te geven in respectievelijk kilo-, mega- en gigabyte, zoals -md64m voor een woordenboek van 64 MB. Als er geen achtervoegsels gebruikt zijn, dan wordt aangenomen dat megabytes bedoeld wordt, dus -md64m is gelijk aan -md64;

    d) de RAR 5.0-indeling bevat compressie-algoritmen voor Intel IA-32-uitvoerbare gegevens en deltacompressie, maar de algoritmen voor tekst, audio, ware kleuren en Itanium uit RAR 4.x worden niet ondersteund. Deze verdwenen algoritmen zijn niet efficiënt voor moderne gegevenstypen en hardwareconfiguraties;

    e) bij het uitpakken via RAR 5.0-indeling kunnen meerdere CPU-kernen worden ingezet. Ondanks dat dit niet om dezelfde omvang gaat als bij het inpakken, is de uitpaksnelheid hoger op grote bestanden met slecht comprimeerbare gegevens of bij het gebruik van BLAKE2-controlegetallen.

  2. Wijzigingen in de RAR 5.0-archiefindeling:

    a) bestandstijden worden opgeslagen volgens de gecoördineerde wereldtijd (Coordinated Universal Time oftewel UTC) in plaats van de vroegere lokale tijd, waardoor bestandsuitwisseling tussen verschillende tijdzones wordt vereenvoudigd;

    b) bestandsnamen en archiefcommentaar gebruiken UTF-8-codering.

  3. Wijzigingen in het RAR 5.0-versleutelingsalgoritme:

    a) het versleutelingsalgoritme is gewijzigd van AES-128 naar AES-256 in CBC-stand. De functie voor sleutelafleiding is gebaseerd op PBKDF2 gebruikmakend van HMAC-SHA256;

    b) de speciale controlewaarde voor de geldigheid van het wachtwoord maakt het mogelijk om de meeste verkeerde wachtwoorden te herkennen zonder dat het hele bestand eerst uitgepakt hoeft te worden;

    c) als de archiefkoppen niet versleuteld zijn (als de optie "Bestandsnamen versleutelen" uit staat), dan worden de controlegetallen voor bestanden in versleutelde RAR 5.0-bestanden gewijzigd door middel van een speciaal wachtwoordafhankelijk algoritme, om het zodoende onmogelijk te maken om de inhoud van het bestand te raden aan de hand van de controlegetallen. Verwacht geen zulke versleutelde controlegetallen van bestanden op het niveau van CRC32- en BLAKE2-waarden.

  4. Functies verwijderd:

    a) de functie voor de echtheidsverificatie bood niet het vereiste betrouwbaarheidsniveau en is verwijderd;

    b) de schakeloptie -en (om geen blok "einde van archief" toe te voegen) wordt niet ondersteund door RAR 5.0-archieven, welke altijd een blok "einde van archief" zullen bevatten. Dit blok biedt WinRAR de mogelijkheid om veilig externe gegevens over te slaan zoals digitale handtekeningen die zijn toegevoegd aan het archief;

    c) de oude manier van volumenamen in de bestandsextensie (archiefnaam.rNN) worden niet ondersteund door RAR 5.0-archieven, welke alleen archiefnaam.partN.rar-volumenamen gebruiken

    d) bestandscommentaar wordt niet meer ondersteund in RAR 4.x- en RAR 5.0-archieven. De opdrachtregelopdracht 'cf' is verwijderd. Dit heeft geen invloed op de ondersteuning voor archiefcommentaar, welke in beide versies ven de archiefindeling aanwezig is en niet op de planning staat om verwijderd te worden.

  5. U kunt de optie "Symbolische koppelingen als koppelingen opslaan" op het tabblad "Uitgebreid" van het inpakvenster gebruiken om symbolische koppelingen en reparse points in NTFS op te slaan en terug te zetten als koppelingen, zodat hun inhoud niet wordt meegenomen bij het inpakken. Het equivalent hiervan op de opdrachtregel is de schakeloptie -ol.

    Een vergelijkbare opties voor harde koppelingen in NTFS is "Harde koppelingen als koppelingen opslaan". Het equivalent op de opdrachtregel hiervoor is de schakeloptie -oh.

    Beide opties zijn alleen beschikbaar voor de RAR 5.0-archiefindeling.

  6. Wijzigingen in het verwerken van herstelvolumes in de RAR 5.0-archiefindeling:

    a) het maximumaantal RAR+REV-volumes in de RAR 5.0-indelingis 65 535 in plaats van 255;

    b) handelingen met betrekking tot herstelvolumes zijn sneller dan in RAR 4.x;

    c) naast herstelgegevens slaan RAR 5.0-REV-bestanden ook dienstspecifieke gegevens op zoals controlegetallen van beschermde RAR-bestanden. Deze zijn dus licht groter dan de RAR-volumes die ze beschermen. Als u van plan bent om losse RAR- en REV-bestanden naar verwisselbare media op te slaan, houd dan rekening hiermee en geef de RAR-volumegrootte op als een paar kilobyte kleiner dan de mediagrootte.

  7. De opdrachtregelversie RAR geeft de beëindigingscode 11 terug als herkend wordt dat de gebruiker een verkeerd wachtwoord heeft ingevoerd. Deze code wordt alleen teruggegeven voor RAR 5.0-archieven. Het is onmogelijk voor RAR 4.x-archieven om verschil te maken tussen een verkeerd wachtwoord en beschadigde gegevens.
     

  8. De standaardtekenset voor bestandslijsten in opdrachten als 'rar a archiefnaam @bestandslijst' is nu ANSI voor zowel WinRAR als de opdrachtregelversie RAR. In eerdere versies was dit ANSI voor WinRAR en OEM voor de opdrachtregelversie RAR. U kunt de schakeloptie '-scl' gebruiken om deze standaardoptie te overschrijven.​

  9. De UTF-16-little-endiancodering wordt in het RAR- en WinRAR-logboekbestand rar.log gebruikt, waarmee Unicode-bestandsnamen op een juiste manier worden opgeslagen in het logboek. WinRAR haalt de inhoud van een ouder rar.log-bestand (in de niet-Unicode-indeling) om zo menging van verschillende coderingen in hetzelfde logboekbestand te voorkomen. In het geval van de opdrachtregelversie RAR dient u met de hand het oude bestand rar.log te verwijderen, anders zal RAR UTF-16-meldingen toevoegen aan het bestaande rar.log-bestand.

    U kan de schakeloptie -scg gebruiken om de standaard codering van het logboek te wijzigen. Bijvoorbeeld -scag voor ANSI-codering.

Eerst even testen?

Download snel uw 40 dagen gratis probeerversie van RAR of WinRAR!

Download de testversie Disclaimer